In het Antilliaans Dagblad van 15 februari 2018 is weer eens een artikel verschenen over de zaak dat betrekking heeft op de voormalig president van de Centrale Bank en een uitspraak van de rechter in dit kader. In deze procedure kwam ook aan bod de vraag of de arbeidsovereenkomst van de voormalig president al dan niet beëindigd was tegelijkertijd met het ontslag als president van de Centrale Bank. En hoewel de rechter daar niet op ingaat (voldaan wordt met de verwijzing naar een zinsnede in een brief waarin staat dat voor zover nodig de arbeidsovereenkomst ook wordt opgezegd), is dit toch een onderwerp om even bij stil te staan: de (dubbele) verhouding tussen bestuurder en rechtspersoon.

Allereerst dienen we even stil te staan bij de veel (door elkaar) gebruikte termen die voor verwarring zorgen. In de praktijk wordt vaak gesproken over de directeur, de bestuurder of de (general) manager, terwijl het verschil tussen deze termen niet duidelijk is. In feite dient er gekeken te worden of er sprake is van een “statutair” bestuurder of van een “titulair” bestuurder, waarbij geldt dat de eerste in principe geen “gewone” werknemer is en de tweede wel. Bij laatstgenoemde gaat het namelijk niet om een bestuurder die benoemd is door het bevoegde orgaan van de rechtspersoon, zijn grondslag heeft in de statuten van de vennootschap en ook niet als zodanig staat ingeschreven in de Kamer van Koophandel.

Artikel 8 lid 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechtsverhouding tussen een bestuurder en de rechtspersoon niet of niet mede wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst (tenzij indien benoemd vóór 1 maart 2004 en een arbeidsovereenkomst is aangegaan met de rechtspersoon). Dat is dus duidelijk: een bestuurder is géén werknemer (meer). Daarnaast bepaalt artikel 2 van de Landsverordening Beëindiging Arbeidsovereenkomsten (LBA) dat die niet van toepassing is op onder andere de arbeidsovereenkomsten van directeuren van een vennootschap of doelvermogen. Daarmee is ook gezegd dat er geen toestemming gevraagd dient te worden bij de SOAW om de relatie met een bestuurder op te zeggen. Dat lijkt allemaal klip en klaar. Maar is dat het ook?

In een normale situatie geldt dat de statutair bestuurder, naast een rechtspersoonlijke band met de rechtspersoon, ook een zogenaamde “overeenkomst van opdracht” heeft met de rechtspersoon. Dat is dus geen dienstbetrekking. Maar partijen kunnen in de praktijk ook overeenkomen dat de arbeidsrechtelijke bepalingen van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen bestuurder en de vennootschap (een hybride overeenkomst). Dienen er in deze gevallen twee aparte verhoudingen beëindigd te worden, of kan slechts afgedaan worden met het ontslag van de bestuurder (de formele vereisten uiteraard in acht nemend)?

In 2005 heeft de Hoge Raad bepaald dat een vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit in beginsel ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich meebrengt, tenzij er sprake is van uitzonderingen. Dit geldt in beginsel ook als er sprake is van een contractuele band in de vorm van een overeenkomst van opdracht.

In de praktijk geldt echter nog altijd dat heel goed gekeken naar hoe partijen hun relatie en rol in de praktijk hebben vormgegeven en uitgevoerd om vast te stellen of sprake is van een statutair bestuurder of van een werknemer. Het kan namelijk ook voorkomen dat iemand als statutair bestuurder staat ingeschreven maar uiteindelijk geen enkele zeggenschap heeft in de praktijk en alleen maar opdrachten van hogerhand uitvoert. In dat geval lijkt het niet redelijk dat deze persoon geen ontslagbescherming geniet. Aan de andere kant dient u zelf goed na te gaan wat een bepaalde titel met zich meebrengt en waar u voor tekent. Voordat u dus een gat in de lucht springt met uw nieuwe benoeming als bestuurder, denk goed na over wat de implicaties daarvan zijn en wat dat mogelijk voor u betekent.

Voor meer over dit onderwerp kunt u hier klikken, en voor vragen over deze kwestie kunt u contact met ons opnemen.