Artikel 3 van Boek 2 BW bepaalt dat leden, aandeelhouders en anderen die krachtens de wet of de statuten bij de organisatie van de rechtspersoon zijn betrokken, niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de rechtspersoon. Dit voor zover uit de wet niet het tegendeel voortvloeit. In artikel 14 wordt echter bepaald dat iedere bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van de binnen zijn werkkring gelegen taken. Iedere bestuurder draagt niettemin verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken en is gehouden zoveel mogelijk bij te dragen tot het afwenden van de gevolgen van een schadetoebrengend feit, ook al behoort de aangelegenheid niet tot zijn werkkring. Deze aansprakelijkheid is een hoofdelijke voor alle bestuurders, tenzij de bestuurder kan bewijzen dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is. In geval van faillissement van de rechtspersoon is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort en indien niet is voldaan aan verplichtingen met betrekking tot de administratie en het tijdig opmaken van de jaarrekening, wordt vermoed dat er ook voor het overige sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur en dat dit een een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Als statutair bestuurder van een vennootschap heeft men dus grote verantwoordelijkheden en kan men in bepaalde gevallen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap. Dit geldt niet alleen voor bestuurders die ingeschreven staan als zodanig (statutair of formeel bestuurders), maar ook voor feitelijk beleidsbepalers, dat wil zeggen, personen die in feite het beleid bepalen binnen de vennootschap. Zoals blijkt uit een artikel dat 9 januari 2018 in het Algemeen Dagblad is verschenen omtrent het faillissement van uitgeverij La Prensa en de belastingschuld die daarbij wordt achtergelaten. De ontvanger heeft beslag laten leggen onder een persoon die laatstelijk als “manager” heeft opgetreden en stelt dat deze als feitelijk beleidsbepaler heeft gefungeerd. De rechter gaat daar echter niet in mee, en oordeelt dat het in dat geval moet gaan om iemand die een zodanige beslissingsvrijheid heeft gekregen dat deze persoon in feite het beleid van de vennootschap bepaalt en dat er sprake moet zijn van directe bemoeienis met het bestuur alsof hij zelf ook in formele zin bestuurder is. Daarvan was in deze geen sprake aangezien de persoon steeds de instemming nodig had van de statutair directeur/(mede) eigenaar. De rechter oordeelde daarbij dat niet al te snel sprake zal zijn van een met de formele bestuurder vergelijkbare feitelijk beleidsbepaler, omdat anders de kring van personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de belastingschulden van de vennootschap te ruim wordt getrokken.
Voor meer informatie of vragen in het kader van dit onderwerp of arbeidsrechtelijke vraagstukken, kunt u contact met ons opnemen via info@justacuracao.com of telefoon 675-0610.