Werknemer is in de onderhavige zaak in december 2013 in dienst getreden bij werkgever in de functie van weekendchauffeur. In oktober 2016 is werknemer, na enige tijd, opnieuw opgeroepen om werkzaamheden te verrichten. Hij is toen tevens verzocht om een kopie van zijn rijbewijs. Vervolgens heeft werkgever werknemer gebeld met een vraag over het ontbreken van de code Vakbekwaamheid op het rijbewijs, die verplicht is voor beroepschauffeurs. Diezelfde dag is werknemer per e-mail bericht dat hij op staande voet is ontslagen wegens het ontbreken van deze code. Het ontslag is vervolgens ook per brief bevestigd. Werknemer vordert toekenning van een billijke vergoeding, de transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Hij legt hieraan onder meer ten grondslag dat werkgever kan worden verweten dat hij werknemer niet heeft ingepland voor scholing.

Artikel 7:678 lid 2 onderdeel b NL BW bepaalt dat dringende redenen onder andere aanwezig geacht kunnen worden wanneer de werknemer in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijkt te missen tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden. De werknemer heeft verklaard dat hij van dat feit op de hoogte was, maar dat hij niets heeft gezegd omdat men hem daar niet om had gevraagd. De kantonrechter vindt dit gedrag laakbaar. Werknemer is er zelf verantwoordelijk voor dat hij zijn vakbekwaamheid behoudt. Het feit dat hij niet tijdig aan werkgeefster heeft laten weten dat hij niet beschikte over een code 95 rekent de kantonrechter hem zwaar aan. Deze informatie was voor werkgever noodzakelijk. Alle omstandigheden in aanmerking nemende, oordeelt de kantonrechter dat de handelwijze van werknemer een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet. Meegewogen wordt dat het hier gaat om een dienstbetrekking van een aantal uren per week en dat werknemer nog een volledige arbeidsbetrekking heeft elders. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.

Op Curaçao geldt dat er ook dringende redenen zijn die als gevolg kunnen hebben dat van de werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de dienstbetrekking te laten voortduren. Artikel 7A:1615p BW toont een opsomming van deze mogelijke dringende redenen, maar let op, deze opsomming is niet uitputtend. Er zijn dus ook andere feiten die beschouwd kunnen worden als dringende reden, afhankelijk van de omstandigheden.

Onder andere als dringende reden geldt, zoals dat in Nederland het geval, dat de werknemer in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid mist tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden. Dat was in casu het geval, met als gevolg ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft in dat kader overwogen dat het de verantwoordelijkheid van de werknemer is dat hij zijn vakbekwaamheid behoudt.

Dit laatste lijkt op gespannen voet te staan met de verplichting van de werkgever om zich als “goed werkgever” te gedragen, waaronder ook de verplichting om zijn werknemer in staat te stellen om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Dit hoeft echter niet het geval te zijn. In onderhavige geval gaat het kennelijk (mede) om de verzwijging door de werknemer van dit belangrijke feit, terwijl hij reeds voor de werkgever werkte en wist dat dit een belangrijke eis was. Daarnaast heeft de rechter de overige omstandigheden ook in zijn oordeel laten meewegen, namelijk dat de werknemer niet op straat zou komen te staan aangezien deze baan maar een paar uurtjes per week omvatte en hij een andere voltijdbaan had. Het is maar de vraag of de uitkomst anders zou zijn geweest indien het zijn enige baan was geweest.

Voor meer informatie of vragen in het kader van arbeidsrechtelijke vraagstukken, kunt u contact met ons opnemen via info@justacuracao.com of telefoon 675-0610.