In het onderhavige geval (ECLI:NL:RBZWB:2017:1155) hebben partijen gezamenlijk besloten de tussen hen bestaande  arbeidsovereenkomst te beëindigen. Werkgever onderhandelt met de gemachtigde van de werknemer over een beëindigingsovereenkomst en na enig over en weer correspondentie geeft de gemachtigde van werknemer te kennen aan de gemachtigde van werkgever dat ze akkoord zijn met de overeenkomst. Later komen ze hierop terug, waarbij de werkgever zich op het standpunt stelt dat de bedenktijd van twee weken reeds voorbij is. De werknemer stelt dat de bedenktijd pas in gaat wanneer de overeenkomst is getekend. De rechter oordeelt dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:670b NL BW niet zover gaat dat de bedenktijd pas dan ingaat na het tekenen, maar nadat partijen te kennen hebben gegeven het eens te zijn met de overeenkomst, wat in casu is gebeurd en waarbij dit ook gecommuniceerd is via mail. Ontbinding van de beeindigingsovereenkomst was ook niet mogelijk, aangezien het nou juist de bedoeling was dat partijen van de onzekerheid een einde zouden maken en overeenstemming hebben bereikt over de beeindiging en de vergoeding. Indien de werknemer hier niet mee eens was, dan had hij dat ondubbelzinnig te kennen moeten geven aan zijn gemachtigde. Een expliciet beroep op wilsgebrek of dwaling is ook niet gedaan, waardoor de beëindigingsovereenkomst in stand blijft.

In tegenstelling tot Nederland, bestaat er op Curacao geen bepaling waarbij een werknemer, na het ondertekenen van een beëindigingsovereenkomst, een bedenktijd heeft van 14 dagen. Eenmaal getekend, geldt dat  een werknemer aan de beëindigingsovereenkomst vast zit, tenzij hij natuurlijk een beroep doet op dwaling of wilsgebrek (bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden). In dat kader is het verstandig om de werknemer, bij het onderhandelen van een dergelijke beëindigingsovereenkomst, te adviseren zich bij te laten staan door een juridisch adviseur, zodat hij goed ingelicht kan worden over de gevolgen voor hem van het instemmen met een dergelijke overeenkomst.

Het komt namelijk voor dat een werknemer, nadat een beëindigingsovereenkomst getekend is, hier op terug komt. Dit  zal met name slagen indien de werknemer, door het ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst, dermate benadeeld wordt dat het niet voor de hand ligt dat hij de overeenkomst had getekend als hij zich volledig bewust was van de negatieve gevolgen die dat met zich mee zouden brengen.

De schriftelijkheidsvereiste is hier niet als zodanig in de wet opgenomen, doch is het zeer aan te raden om een dergelijke overeenkomst (en in feite alle overeenkomsten) te allen tijden schriftelijk vast te leggen, teneinde eventuele (bewijs)problemen later te voorkomen. Voor eventuele vragen hierover of een andere vraag op arbeidsrechtelijk gebied kunt u met ons contact opnemen via e-mail info@justacuracao.com of telefoon 675-0610.